De organisatie van arbeid in 2025

Arbeidsverhoudingen in ondernemingen worden anno 2016 nog steeds primair top-down bepaald: afspraken op centraal niveau (afspraken van centrale werkgevers- en werknemersorganisaties, SER, Star, etc.) worden via cao-onderhandelingen op branche-niveau tussen sectorale werkgevers- en werknemersorganisaties vertaald in sectorcao’s die in de regel weinig ruimte overlaten voor individuele ondernemingen en werknemers om eigen invulling te geven aan de tussen hen geldende arbeidsverhoudingen c.q. arbeidsvoorwaarden.

Nog afgezien van de discussie over de status van de cao en het instrument van algemeenverbindendverklaring, welke discussie effect kan hebben voor de wijze waarop een sectorcao al dan niet door individuele ondernemingen verplicht dient te worden toegepast, leidt de veranderende relatie tussen werkgevers en werknemers tot een veranderde organisatie van de arbeid in 2025.

In dit onderzoek willen we vaststellen wat de trends op de arbeidsmarkt zijn en wat hun invloed is op de organisatie van de arbeid in 2025.

Trends zijn bijvoorbeeld:

  • de behoefte van de ondernemer en de werknemer aan flexibiliteit
  • de vervaging van sectorgrenzen en, mede als gevolg daarvan, het verdwijnen van collectiviteiten en O&O-fondsen
  • de invloed van digitalisering/automatisering/robotisering op de afnemende werkgelegenheid van mbo-opgeleide werknemers. Indien de levenscyclus van een beroep steeds korter wordt, wordt een groter beroep gelegd op het ondernemerschap van een werkende
  • de toenemende behoefte aan laagopgeleide werknemers enerzijds en hoogopgeleide werknemers anderzijds en het effect daarvan op het bestaansrecht van cao’s

Nader onderzoek moet het bestaan van deze trends bevestigen (of ontkrachten), ook in vergelijking met het buitenland en hun invloed op de organisatie van de arbeid door verschillende scenario’s te onderscheiden omtrent de ontwikkeling van vraag en aanbod van arbeid. Tegen de achtergrond van de verschillende risico’s die werkenden lopen (bijvoorbeeld op werkloosheid of arbeidsongeschiktheid) wordt onderzocht op welke wijze die risico’s kunnen worden verkleind en of daaraan behoefte bestaat.